Naar inhoud springen

messchede

Uit WikiWoordenboek
Messchede [1] met mes
Messchedes [2]
  • mes·sche·de
enkelvoud meervoud
naamwoord messchede messchedes
messcheden
verkleinwoord messchedetje messchedetjes

demesschedev/m

  1. een nauwsluitende houder waarin het lemmet van een mes ter bescherming opgeborgen wordt
  2. (tweekleppigen) Solen marginatus op Wikispecies een marien tweekleppig weekdier, met een geheel rechte schelp
    • De meeste messchedes gevonden op Nederlandse stranden zijn van fossiele herkomst. 
81 %van de Nederlanders;
87 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be