kaakmes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kaak·mes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kaakmes kaakmessen
verkleinwoord kaakmesje kaakmesjes

Zelfstandig naamwoord

kaakmes o [2]

  1. mes waarmee men een haring ontdoet van de ingewanden
     Het apparaat maakt van iedere vis een foto, legt ’m recht voor het kaakmes en in een voor het oog onzichtbare en razendsnelle handeling is de haring gekaakt en van zijn kop ontdaan. Tot op de millimeter nauwkeurig.[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

55 % van de Nederlanders;
40 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. kaakmes op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Bronlink Weblink bron Riekelt Pasterkamp “Nieuwe haring is bijna weer de oude” (18-06-2013), Reformatorisch Dagblad
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be