ploegmes

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

ploeg met ploegmes
Uitspraak
Woordafbreking
  • ploeg·mes
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord ploegmes ploegmessen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

ploegmes o

  1. deel van een ploeg dat door de grond snijdt
    • „Zie vanaf de kansel de gemeente als een akker. Het ploegmes moet er in. Allen moeten in de boodschap van Gods Woord aangesproken worden. Het mag geen verschil maken tot welke sociale klasse of leeftijdscategorie de hoorders horen. [1] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Reformatorisch Dagblad 20-10-2006 Uit de kerkelijke pers
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be