lading

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lading ladingen
verkleinwoord ladinkje ladinkjes

Zelfstandig naamwoord

lading v

  1. (transport) goederen (cargo, vracht) die vervoerd worden
    • Dat schip vervoert een lading staal. 
  2. een grote hoeveelheid
    • In de sneeuwstorm viel er een lading sneeuw. 
  3. (natuurkunde) opeengehoopte elektriciteit
    • Door wrijving ontstaat ionisatie en hoopt zich lading op. 
    • Na drie uur laden met een laadstroom van 10 A heeft de accu een lading van 30 Ah opgenomen. 
  4. (taalkunde) de bijbetekenis die door een bepaald woord of een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt
    • Het woord heks draagt een negatieve lading. 
  5. de explosieve inhoud van granaten en mijnen, of de munitie van vuurwapens
    • De lading bestaat nu alleen nog maar uit conventionele granaten. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een vlag die de lading niet dekt.
een bewering of benaming die niet in overeenkomst met de realiteit is
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.