lading

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lading ladingen
verkleinwoord ladinkje ladinkjes

Zelfstandig naamwoord

lading v

  1. (transport) goederen (cargo, vracht) die vervoerd worden
    • Dat schip vervoert een lading staal. 
  2. een grote hoeveelheid
    • In de sneeuwstorm viel er een lading sneeuw. 
     Ik was verheugd de CAMP Corsa Nanotech IJsbijl (205 gram) te zien, en de Kahtoola microspikes voor onder mijn schoenen in de sneeuw. Verder zaten er handschoenen, een lange wollen onderbroek, een sneeuwbril en een hele lading pillen in.[1]
  3. (natuurkunde) opeengehoopte elektriciteit
    • Door wrijving ontstaat ionisatie en hoopt zich lading op. 
    • Na drie uur laden met een laadstroom van 10 A heeft de accu een lading van 30 Ah opgenomen. 
  4. (taalkunde) de bijbetekenis die door een bepaald woord of een bepaalde zinsnede opgeroepen wordt
    • Het woord heks draagt een negatieve lading. 
  5. de explosieve inhoud van granaten en mijnen, of de munitie van vuurwapens
    • De lading bestaat nu alleen nog maar uit conventionele granaten. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een vlag die de lading niet dekt.
een bewering of benaming die niet in overeenkomst met de realiteit is
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

  • Zie de doorverwijspagina op Wikipedia voor meer informatie.

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Banjar

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

lading

  1. (gereedschap) mes

Meer informatie


Javaans

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

lading

  1. (gereedschap) mes

Meer informatie