schaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
[1] Een schaar.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schaar
enkelvoud meervoud
naamwoord schaar scharen
verkleinwoord schaartje schaartjes

Zelfstandig naamwoord

schaar v/m

  1. (gereedschap) gereedschap waarbij een tweetal langs elkaar snijdende messen een rechte of strakke snede maakt
  2. (zoötomie) de voorste ledematen van een kreeft of krab
  3. menigte, schare
Vertalingen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
scharen

schaar

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scharen
    Ik schaar.
  2. gebiedende wijs van scharen
    Schaar!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van scharen
    Schaar je?

Meer informatie