ma

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: MAMa, mA, ma.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma
Woordherkomst en -opbouw
v enkelvoud meervoud
naamwoord ma ma's
verkleinwoord maatje maatjes

Zelfstandig naamwoord

ma v

  1. (familie) moeder, vrouwelijke ouder

ma m

  1. (afkorting), (tijdrekening), (dag) maandag, de eerste dag van de werkweek
    «Open: ma, di, wo, do, vr; dicht: za, zo.»
    Geopend op maandag, dinsdag, woensdag, donderdag en vrijdag; gesloten op zaterdag en zondag.
Opmerkingen
  • Echte afkortingen worden als regel met een punt geschreven: ma., maar in opsommingen waar uit de context al duidelijk is dat het om de naam van een weekdag gaat is het gebruikelijk om de punt weg te laten[2].
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Afrikaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord ma ma's

ma

  1. (familie) moeder
Synoniemen


Fins

Woordherkomst en -opbouw
Afkorting

ma

  1. maanantai (maandag).

Persoonlijk voornaamwoord

ma

  1. ik (archaïsch, poëtisch)


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ma
nominatief genitief datief accusatief benadrukt
je mon / ma / mes moi me moi
Bezittelijke voornaamwoorden in het Frans
bezitter: wat bezeten wordt:
enk mv
m v
enk 1e pers. mon ma mes
2e pers. ton ta tes
3e pers. son sa ses
mv 1e pers. notre nos
2e pers. votre* vos*
3e pers. leur leurs
* als beleefdheidsvorm zowel meervoud als enkelvoud

Bezittelijk voornaamwoord

ma v enk

  1. mijn (bij vrouwelijke woorden in het enkelvoud)
    «J'aime ma femme.»
    Ik houd van mijn vrouw.


Hongaars

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

ma

  1. vandaag

Bijwoord

ma

  1. vandaag


Indonesisch

Woordafbreking
  • ma
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

ma

  1. masa, gewicht van 2,412 g


Italiaans

Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Latijnse magis

Voegwoord

ma

  1. maar


Pools

Uitspraak

Werkwoord

ma

  1. derde persoon enkelvoud aantonende wijs van mieć
    «Andrzej ma 18 lat.»
    Andrzej is 18 jaar oud.

Bezittelijk voornaamwoord

ma v

  1. mijn


Slowaaks

enkelvoud meervoud
nominatief ja my
genitief ma, mňa nás
datief mne, mi nám
accusatief ma, mňa nás
locatief mne nás
instrumentalis mnou nami
Uitspraak
Woordafbreking
  • ma

Persoonlijk voornaamwoord

ma

  1. mij (accusatief van de eerste persoon enkelvoud)
  2. van mij (genitief van de eerste persoon enkelvoud)


Vietnamees

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

ma

  1. geest


Wolof

enkelvoud meervoud
aspect voltooid onvoltooid voltooid onvoltooid
Situatief maa ngi maa ngiy nu ngi nu ngiy
Terminatief naa dinaa nanu dinanu
Objectief laa laay lanu lanuy
Processief dama damay danu danuy
Subjectief maa maay noo nooy
Neutraal ma may nu nuy

Temporeel voornaamwoord

ma

  1. eerste persoon enkelvoud, neutraal aspect, voltooid: ik