schel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schel schellen
verkleinwoord schelletje schelletjes

Zelfstandig naamwoord

schel v / m [3] [4] [5]

  1. bel met hoge toon
  2. deurbel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schel scheller schelst
verbogen schelle schellere schelste
partitief schels schellers -

Bijvoeglijk naamwoord

schel [7]

  1. hoog en doordringend van klank, schril, snerpend
  2. zeer sterk, intens, scherp
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schellen

schel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schellen
    • Ik schel. 
  2. gebiedende wijs van schellen
    • Schel! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schellen
    • Schel je? 

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. etymologiebank.nl
  7. Woordenboek der Nederlandse taal