schel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • schel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord schel schellen
verkleinwoord schelletje schelletjes

Zelfstandig naamwoord

schel v / m [3] [4] [5]

  1. bel met hoge toon
  2. deurbel
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen schel scheller schelst
verbogen schelle schellere schelste

Bijvoeglijk naamwoord

schel [7]

  1. hoog en doordringend van klank, schril, snerpend
  2. zeer sterk, intens, scherp
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
schellen

schel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schellen
    Ik schel.
  2. gebiedende wijs van schellen
    Schel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van schellen
    Schel je?
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal
  5. Woordenboek der Nederlandse taal
  6. etymologiebank.nl
  7. Woordenboek der Nederlandse taal