slotbel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • slot·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord slotbel slotbellen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

slotbel v/m

  1. belsignaal dat het einde van een periode aangeeft
     De euro was 1,1045 dollar waard tegen 1,1040 dollar bij de slotbel van de Europese beurzen.[1]
Hyperoniemen

Gangbaarheid

65 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron “Ook Wall Street doet stap terug” (13-10-2016), Tubantia