belwinkel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel·win·kel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belwinkel belwinkels
verkleinwoord belwinkeltje belwinkeltjes

Zelfstandig naamwoord

belwinkel v / m

  1. bedrijf waar men aan het telefoneren gerelateerde zaken kan verkrijgen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen