oorbel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een oorbel.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • oor·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord oorbel oorbellen
verkleinwoord oorbelletje oorbelletjes

Zelfstandig naamwoord

oorbel v/m

  1. een ornament dat in of op het oor aangebracht wordt
    • Hij had een oorbelletje in zijn rechteroor. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie