belhamel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel·ha·mel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belhamel belhamels
verkleinwoord belhameltje belhameltjes

Zelfstandig naamwoord

belhamel m

  1. een gecastreerd mannelijk schaap dat met een bel om zijn nek vaak de kudde leidt
    • In de weide stonden enkel belhamels. 
  2. (scheldwoord) ondeugende jongen
    • Ga toch weg, stelletje belhamels! 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders;
91 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen