deurbel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search
Deurbel

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • deur·bel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord deurbel deurbellen
verkleinwoord deurbelletje deurbelletjes

Zelfstandig naamwoord

deurbel v/m

  1. een instrument waarmee bezoekers aangeven dat ze aan de deur staan
    • Omdat de radio hard stond kon hij de deurbel niet horen. 
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie