belronde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bel·ron·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord belronde belronden
belrondes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

belronde v/m

  1. het opbellen van een groep mensen; rondgang door te telefoneren
    • Een Nederlandse uitgave zit er nog niet in, blijkt uit een belronde langs Nederlandse uitgeverijen. Bij Uitgeverij Meulenhoff zijn geen signalen bekend dat Nederlandse uitgeverijen interesse hebben in de rechten van het boek.[1] 
    • Er is dit jaar in geen enkel deel van het land een supersnelrechtzitting naar aanleiding van ongeregeldheden tijdens de jaarwisseling. Dat blijkt uit een belronde langs alle parketten van het Openbaar Ministerie.[2] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 05 jan. 2018
  2. de Telegraaf SASKIA BELLEMAN 02 jan. 2018