fruit

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fruit
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fruit -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

fruit o

  1. (voeding) voedsel dat bestaat uit eetbare vruchten
    Voldoende fruit eten is gezond.
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl

Werkwoord

vervoeging van
fruiten

fruit

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van fruiten
  2. gebiedende wijs van fruiten

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

fruit

  1. fruit