mi

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • mi
enkelvoud meervoud
naamwoord mi mi's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

mi v/m

  1. (muziek) derde muzieknoot op de toonladder, tussen re en fa.
Verwante begrippen


Bosnisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)

Persoonlijk voornaamwoord

  1. wij (nominatief van de eerste persoon meervoud)


Catalaans

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. mij (na een voorzetsel)


Esperanto

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. ik


Etruskisch

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. ik


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  mi     le mi     mi     les mi  

Zelfstandig naamwoord

mi m

  1. (muziek): de muziektoon “e” ook “mi”
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Hongaars

persoon enkelvoud meervoud
eerste én mi
tweede te ti
tweede
formeel
ön önök
derde ő ők

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. wij


Kroatisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)

Persoonlijk voornaamwoord

  1. wij (nominatief van de eerste persoon meervoud)


Noors

Bezittelijk voornaamwoord

mi v

  1. mijn
Synoniemen


Nynorsk

Bezittelijk voornaamwoord

mi v

  1. mijn
Synoniemen



Papiamento

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. ik


Pools

enkelvoud meervoud
nom. / voc. ja my
accusatief mnie, mię nas
genitief mnie nas
datief mnie, mi nam
locatief mnie nas
instrumentalis mną nami
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)


Slowaaks

enkelvoud meervoud
nominatief ja my
genitief ma, mňa nás
datief mne, mi nám
accusatief ma, mňa nás
locatief mne nás
instrumentalis mnou nami
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)


Spaans

  enkelvoud meervoud
onbeklemtoond beklemtoond onbeklemtoond beklemtoond
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
1e persoon mi enk
mis mv
mío m enk mía v enk
míos m mv mías v mv
nuestro m enk nuestra v enk
nuestros m mv nuestras v mv
2e persoon tu enk
tus mv
tuyo m enk tuya v enk
tuyos m mv tuyas v mv
vuestro m enk vuestra v enk
vuestros m mv vuestras v mv
3e persoon
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv

Bezittelijk voornaamwoord

mi enk

  1. mijn
    «Todo sobre mi madre»
    Alles over mijn moeder
Verwante begrippen


Tsjechisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc. my
accusatief , mne nás
genitief , mne nás
datief , mi nám
locatief mně nás
instrumentalis mnou námi
Uitspraak
Woordafbreking
  • mi

Persoonlijk voornaamwoord

mi

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)