meni

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Bosnisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ni

Persoonlijk voornaamwoord

mȅni

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)
  2. bij mij (locatief van de eerste persoon enkelvoud)


Kroatisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • me·ni

Persoonlijk voornaamwoord

mȅni

  1. aan/voor mij (datief van de eerste persoon enkelvoud)
  2. bij mij (locatief van de eerste persoon enkelvoud)