fa

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord fa fa's
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

fa v/m

  1. (muziek) een bepaalde muzieknoot
    • Als we op toonladder met "do" beginnen, dan komen we op de vierde trede bij onze toon "fa". 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • fa

Bijwoord

fa

  1. geleden

Zelfstandig naamwoord

fa m

  1. (muziek) fa, f
Verwante begrippen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  fa     le fa     fa     les fa  

Zelfstandig naamwoord

fa m

  1. (muziek): de muziektoon “f” ook “fa”
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen


Hongaars

Zelfstandig naamwoord

fa

  1. (plantkunde) boom
  2. hout


Malagasy

Voegwoord

fa

  1. dat, maar.


Middelnederlands

Ut queant laxis
Woordherkomst en -opbouw
  • [zelfstandig naamwoord] Eerste lettergreep van Latijn famuli "(dienaren)". Guido van Arezzo op Wikipedia maakte in de 11e eeuw een toonladder van van zes diatonisch opvolgende tonen ut, re, mi, fa, sol, la. Voor deze namen nam hij de eerste lettergreep van elke regel in een hymne gewijd aan Johannes de Doper op Wikipedia omdat die op de betreffende toonhoogte wordt gezongen:
    Ut queant laxis
    resonare fibris,
    mira gestorum
    famuli tuorum,
    solve polluti
    labii reatum, Sancte Ioannes.
    (Opdat uw dienaren met zachte stem uw wonderdaden laten weerklinken: verlos hun bezoedelde lippen van schuld, Sint Johannes.)[1]

Zelfstandig naamwoord

fa

  1. (muziek) fa, vierde toon van een hexachord
Verwante begrippen
Overerving en ontlening

Verwijzingen


Niueaans

Telwoord (niu)
0
1 11 10 100 103
2 12 20
3 13 30
4 14 40
5 15 50
6 16 60
7 17 70
8 18 80
9 19 90

Hoofdtelwoord

fa

  1. vier


Tuvaluaans

Hoofdtelwoord

fa

  1. vier; twee plus twee.


Xhosa

Werkwoord

ukufa 15

  1. sterven