min

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • min
enkelvoud meervoud
naamwoord min minnen
verkleinwoord minnetje minnetjes

Zelfstandig naamwoord

min v

  1. (beroep) een vrouw die tegen betaling een vreemd kind zoogt
  2. liefde, genegenheid (zie bijv. minnedicht)
  3. negatieve waarde
  4. (wiskunde) minteken
  5. (elektrotechniek) negatieve pool
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen min minner minst
verbogen minne minnere minste
partitief mins minners -

Bijvoeglijk naamwoord

min voornamelijk als predicaat:

  1. verachtelijk, gemeen
  2. ondermaats, onbetekenend, onbeduidend
    • Dat was hem te min. 
Afgeleide begrippen

Bijwoord

min

  1. minus, verminderd met (-)
Hyponiemen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
minnen

min

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van minnen
    • Ik min. 
  2. gebiedende wijs van minnen
    • Min! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van minnen
    • Min je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Angelsaksisch

Persoonlijk voornaamwoord

mīn

  1. mijn


Azeri

Telwoord (aze)
0
1 11 10 100 103
2 12 20 106
3 13 30
4 14 40
5 15 50
6 16 60
7 17 70
8 18 80
9 19 90

Hoofdtelwoord

min

  1. duizend



Zweeds

Uitspraak

Bezittelijk voornaamwoord

min

  1. mijn