wonderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • won·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wonderen
wonderde
gewonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

wonderen

  1. onpersoonlijk (verouderd) tot verbazing aanzetten
    • Het wondert mij grootelijks u in deze zaak te zien mengen[1] 
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

wonderen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wonder

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. Bonaparte en zijn tijd. Hendrik-Jan Schimmel 1870
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be

Meer informatie