wonderen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • won·de·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
wonderen
wonderde
gewonderd
zwak -d volledig

Werkwoord

wonderen

  1. onpersoonlijk (verouderd) tot verbazing aanzetten
    • Het wondert mij grootelijks u in deze zaak te zien mengen[1] 
Hyponiemen

Zelfstandig naamwoord

wonderen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord wonder

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bonaparte en zijn tijd. Hendrik-Jan Schimmel 1870

Meer informatie