hymne

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hym·ne
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘lofzang’ voor het eerst aangetroffen in 1350 [1]
  • uit het Latijn [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hymne hymnes
hymnen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hymne v/m [3]

  1. (muziek) een verheven loflied op een bepaald onderwerp (zoals een land, God of een godheid, of een gebeurtenis zoals de Olympische Spelen)
    • Het stadje Peterborough lag slechts acht mijl verderop, maar dat zou hij nooit te zien krijgen. Hij was veertien toen hij op een dag aan zijn biechtvader toestemming vroeg om na de vesper bij de rivier te gaan bidden en hymnen te zingen. Pater Dunstan gaf hem verlof, maar toen Henry bij het water kwam zag hij dat de monnik hem op een afstandje volgde. [4] 

    • Een andere jongen raakte bezeten door een boze geest toen hij tegen de middag bij het landgoed Victoriana zijn paard liet drinken in een diepe poel, hij bleef voor dood liggen en ze brachten hem naar een kapel in de buurt en zongen hymnen voor hem. De demon jammerde luid terwijl hij zich aan het altaar vastklampte en dreigde de ledematen van de jongen af te snijden, tot hij hem met een enorm spektakel ten slotte verliet. Daarbij liet hij het oog van de jongen aan een dunne pees bungelend achter, het hing als aan een wortel langs zijn wang en de pupil werd wit in plaats van zwart. Een van de aanwezigen stopte het loshangende oog zo goed en zo kwaad als het ging terug op zijn plaats, schrijft Augustinus, en zeven dagen later was het weer helemaal in orde. [5]
       
Synoniemen
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Chronologisch Woordenboek, Nicoline van der Sijs
  2. etymologiebank.nl
  3. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  4. Gordon, Noah De Heelmeester Vertaald door Thomas Mass 2006 ISBN 978-90-245-5496-6 pagina 36
  5. Knausgard, Ove Engelen vallen langzaam 2010 ISBN 978-90-445-1358-5 pagina 428