mnom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Bosnisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • mnom

Persoonlijk voornaamwoord

mnôm

  1. met mij (instrumentalis van de eerste persoon enkelvoud)


Kroatisch

enkelvoud meervoud
nom. / voc.
accusatief mȅne, me nâs, nas
genitief mȅne, me nâs, nas
datief mȅni, mi nȁma, nam
locatief mȅni nȁma
instrumentalis mnôm, mnóme nȁma
Uitspraak
Woordafbreking
  • mnom

Persoonlijk voornaamwoord

mnôm

  1. met mij (instrumentalis van de eerste persoon enkelvoud)