suya

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Spaans

  enkelvoud meervoud
onbeklemtoond beklemtoond onbeklemtoond beklemtoond
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
bijvoeglijk bijvoeglijk of
zelfstandig
1e persoon mi enk
mis mv
mío m enk mía v enk
míos m mv mías v mv
nuestro m enk nuestra v enk
nuestros m mv nuestras v mv
2e persoon tu enk
tus mv
tuyo m enk tuya v enk
tuyos m mv tuyas v mv
vuestro m enk vuestra v enk
vuestros m mv vuestras v mv
3e persoon
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv
su enk
sus mv
suyo m enk suya v enk
suyos m mv suyas v mv

Bezittelijk voornaamwoord

suya v enk

  1. zijn, haar, uw, hun; bezittelijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud en meervoud (bijvoeglijk)
  2. zijne, hare, uwe, hunne; bezittelijk voornaamwoord derde persoon enkelvoud en meervoud (zelfstandig)
Verwante begrippen


Turks

Uitspraak
Woordafbreking
  • su·ya
Naar frequentie 2422

Zelfstandig naamwoord

suya

  1. datief enkelvoud van su
Typische woordcombinaties
Uitdrukkingen en gezegden
een toontje lager zingen, toegeven