-es

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Huidig
bestand
16
Woordafbreking
  • -es
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Middel-Nederlands -esse, wat overgenomen is van het Franse -esse. Deze is ontstaan uit het Latijnse -issa (bijv. in abbatissa)[1] [2]

Achtervoegsel

-es v

  1. vormt de vrouwelijke vorm van een beroep of (handelende) persoon.
    zanger → zangeres.
    baron → barones.
    eigenaar → eigenares.
    diaken en diacones hebben dezelfde Latijnse oorsprong: diaconus.
    -es bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
    -es bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Synoniemen
Vertalingen


Latijn

Huidig
bestand
1

Achtervoegsel

-es g, soms m of v

  1. vormt zelfstandige naamwoorden van naamwoorden, hiervan de handelend persoon gevend, -er, -aar. Komt weinig voor en de afleiding is vaak verouderd of onregelmatig.
    «equusĕquĕs»
    paard → ruiter
    «pespĕdĕs»
    voet → voetganger, infanterist
    «alaālĕs»
    vleugel → vogel
    «com- + ire → (comeo) → cŏmĕs»
    samen + gaan → metgezel, begeleider
Synoniemen
Verwante begrippen
Verbuiging


Verwijzingen
  1. A. van Loey, "Schönfeld's Historische Grammatica van het Nederlands", Zutphen, 8. druk, 1970, ISBN 90-03-21170-1; § 180
  2. etymologiebank.nl