kleding

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • kle·ding
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord kleding -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

kleding v

  1. (kleding) het textiel voor de bedekking van het lichaam
    • Ik heb per ongeluk cola gemorst op mijn kleding. 
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen