club

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

[1] logo van voetbalclub Feijenoord
clubfauteuil
[3] Vrouw met golfclub
Uitspraak
Woordafbreking
  • club
enkelvoud meervoud
naamwoord club clubs
verkleinwoord clubje clubjes

Zelfstandig naamwoord

club m

  1. een besloten gemeenschap waarin de leden hun gemeenschappelijke belangen van niet economische aard behartigen
    • In het amateurvoetbal is het vanaf komend seizoen voor spelers voor het eerst mogelijk in de winterstop van club te wisselen.[1] 
  2. clubfauteuil
  3. slaginstrument voor het golfspel, golfclub
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

  • NRC 10 juni 2016