Naar inhoud springen

vereniging

Uit WikiWoordenboek
  • ver·eni·ging
  • Naamwoord van handeling van verenigen met het achtervoegsel -ing.
enkelvoud meervoud
naamwoord vereniging verenigingen
verkleinwoord verenigingetje verenigingetjes

deverenigingv

  1. (juridisch), (maatschappij) vrijwillige groepering van personen (leden), met of zonder rechtspersoonlijkheid, die gericht is op een bepaald doel en met een bestuur aan het hoofd
    • Hij had zich aangesloten bij een vereniging voor fotografie. 
     Op 8 en 9 juli moeten zij zich verantwoorden in de rechtbank in Almelo. Het twintigtal wordt verdacht van openlijke geweldpleging in vereniging. Voor zeven van hen komt daar ook een beschuldiging van poging tot zware mishandeling bij.[1]
     Volgens de Algemene Nederlandse Vereniging van Reisondernemingen (ANVR) en reisorganisatie TUI heeft de luchtvaart nauwelijks invloed op de luchtkwaliteit in Den Haag en is een lokaal verbod op fossiele reclames daarom niet zinvol. Ook vonden ze het verbod in strijd met de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van ondernemerschap.[2]
  2. (maatschappij) samenvoeging van een aantal zaken of samenkomst van een aantal personen
  3. (wiskunde) een operatie die twee of meer verzamelingen samenvoegt
99 %van de Nederlanders;
100 %van de Vlamingen.[3]
  1. Bronlink geraadpleegd op 24 juni 2024 Weblink bron “OM vervolgt twintig verdachten voor rellen FC Twente-Hammarby” (24 juni 2024), NOS
  2. Bronlink geraadpleegd op 25 april 2025 Weblink bron “Den Haag krijgt gelijk van de rechter: verbod op fossiele reclames mag” (25 april 2025), NOS
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be