maatschappij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • maat·schap·pij
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘vereniging’ voor het eerst aangetroffen in 1616 [1]
  • afgeleid van maatschap met het achtervoegsel -ij [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord maatschappij maatschappijen
verkleinwoord maatschappijtje maatschappijtjes

Zelfstandig naamwoord

maatschappij v

  1. vereniging tot het drijven van handel
  2. de wereld, omgang en verkeer der mensen
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen