leesclub

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lees·club
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leesclub leesclubs
verkleinwoord leesclubje leesclubjes

Zelfstandig naamwoord

leesclub v / m

  1. club waarin men gezamenlijk boeken leest en bespreekt
Verwante begrippen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.