clubcard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • club·card
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord clubcard clubcards
verkleinwoord clubcardje clubcardjes

Zelfstandig naamwoord

clubcard m

  1. identiteitsbewijs voor supporters van een voetbalclub die men nodig heeft om kaarten voor voetbalwedstrijden te kunnen kopen. De clubcard van een hooligan kan worden ingetrokken
Synoniemen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.