clubpas

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • club·pas
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord clubpas clubpassen
verkleinwoord clubpasje clubpasjes

Zelfstandig naamwoord

clubpas m

  1. een identiteitsbewijs dat aangeeft dat iemand lid is van een besloten vereniging
    • De wietpas, door de minister clubpas genoemd, is bedoeld om te voorkomen dat buitenlanders in Nederland drugs komen kopen. Door de coffeeshops te sluiten voor buitenlandse drugstoeristen, reizen die niet meer naar Nederland voor de aanschaf en consumptie van cannabis, zo is de verwachting van het kabinet. [1] 
    • De christen-democraten uit beide Limburgen vragen de betrokken ministers van beide landen meer agenten en mogelijkheden om de criminaliteit na invoering van de clubpas te bestrijden. De CD&V wil ook helikopters het infraroodcamera's voor het opsporen van plantages, een groeiend probleem in de Belgische grensstreek. [2] 
    • ,,Laatst kreeg een jongen uit mijn voetbalteam een kopstoot. Navraag bij de club leerde dat de dader in kwestie al weg was en dat z’n clubpas niet het juiste bleek. Dan zit het dus mis in de organisatie’’, aldus Van Dantzig, die pleit voor meer begeleiding van sportclubs. [3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[4]

Verwijzingen

  1. Tubantia 27-05-11 Maximaal 1500 clubleden met wietpas
  2. Tubantia 24-04-12 CDA Limburg wil af van coffeeshops
  3. De Telegraaf RUBEN KOOPS 06 sep. 2016 Voetbalclubs de klos bij geweld op het veld
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be