clubachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • club·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen clubachtig clubachtiger clubachtigst
verbogen clubachtige clubachtigere clubachtigste
partitief clubachtigs clubachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

clubachtig

  1. lijkend op zoals het in een club is, gezellig, knus
    • Wij gingen naar een clubachtig café. 
    • In ons bedrijf heerst een clubachtige teamgeest. 

Gangbaarheid