crosse
Uiterlijk
- cros·se
| vervoeging van |
|---|
| crossen |
crosse
- aanvoegende wijs van crossen
- Het woord crosse staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- van een Germaanse vorm *krukja "stok met een gekromd eind" (zie ook Nederlands kruk) [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| crosse | la crosse | crosses | les crosses |
crosse v
- bisschopsstaf
- kolf; deel van het vuurwapen dat je tegen de schouder houdt bij het schieten
- (spreektaal) ruzie
- «T’as beau être un beau gosse mais méfie-toi, viens pas m’chercher des crosses, car j’peux devenir féroce.»
- Je bent wel een mooie jongen, maar let op, zoek geen ruzie met me, want ik kan wreed zijn. [2]
- «T’as beau être un beau gosse mais méfie-toi, viens pas m’chercher des crosses, car j’peux devenir féroce.»
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Werkwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Woorden in het Frans
- Woorden in het Frans van lengte 6
- Woorden in het Frans met audioweergave
- Woorden in het Frans met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Frans
- Spreektaal in het Frans