Naar inhoud springen

crosse

Uit WikiWoordenboek
  • cros·se
vervoeging van
crossen

crosse

  1. aanvoegende wijs van crossen


  • van een Germaanse vorm *krukja "stok met een gekromd eind" (zie ook Nederlands kruk) [1]
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  crosse     la crosse     crosses     les crosses  

crosse v

  1. bisschopsstaf
  2. kolf; deel van het vuurwapen dat je tegen de schouder houdt bij het schieten
  3. (spreektaal) ruzie
    «T’as beau être un beau gosse mais méfie-toi, viens pas m’chercher des crosses, car j’peux devenir féroce.»
    Je bent wel een mooie jongen, maar let op, zoek geen ruzie met me, want ik kan wreed zijn. [2]