woonsdig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /woːnsdɪx/ (Etsbergs)

Zelfstandig naamwoord

woonsdig m

  1. woensdag
Verbuiging


Dagen in het Limburgs
maondig
maandag
dinsdig
dinsdag
woonsdig
woensdag
dónjerdig
donderdag
vriedig
vrijdag
zaoterdig
zaterdag
zönjig
zondag