-s-

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Huidig
bestand
0
Uitspraak
Woordafbreking
  • -s-

Invoegsel

-s-

  1. (taalkunde) affix dat tussen twee delen van een samenstelling geplaatst wordt
    Hierdoor worden de twee delen van een woord op toepasselijke wijze met elkaar verbonden. Het kan duiden op een bezitsrelatie en is historisch gezien verwant aan de genitief. De spelling kan die van de meervoudsvorm volgen, als er slechts één meervoudsvorm is; in de spellingregels die tot 1996 golden kon ook een rol spelen of de betekenis op meerdere exemplaren van het eerste deel betrekking had.
    • Bakker + room → bakkersroom. 
    • Beroep + ethiek → beroepsethiek. 
    • Rijkelui + zoontje → rijkeluiszoontje. 
Synoniemen

Meer informatie

Verwijzingen


Deens

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «ejendom + mægler → ejendomsmægler»
    huisagent


Duits

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «Abfertigung + Halle → Abfertigungshalle»
    luchthaventerminal, vertrekhal


Engels

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «spoke + man → spokesman»
    woordvoerder


IJslands

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «arbeid + bluse → arbeidsbluse»
    werkblouse


Noors

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «arbeid + bluse → arbeidsbluse»
    werkblouse


Nynorsk

Huidig
bestand
0
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «oppdrag + givar → oppdragsgivar»
    opdrachtgever, opdrachtgeefster