-s-

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Huidig
bestand
3.588
Uitspraak
Woordafbreking
  • -s-

Invoegsel

-s-

  1. een affix dat tussen twee delen van een samenstelling geplaatst wordt. Hierdoor worden de twee delen van een woord op toepasselijke wijze met elkaar verbonden. Het duidt op een bezitsrelatie en is historisch gezien verwant aan de genitief. De spelling kan die van de meervoudsvorm volgen, als er slechts één meervoudsvorm is. Wordt ook tussen-s genoemd.[1]
    • Bakker + room → bakkersroom. 
    • Beroep + ethiek → beroepsethiek. 
    • Rijkelui + zoontje → rijkeluiszoontje. 
Synoniemen

Verwijzingen

  1. Zie het Wikipedia-artikel [1]


Deens

Huidig
bestand
120
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «ejendom + mægler → ejendomsmægler»
    huisagent


Duits

Huidig
bestand
33
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «Abfertigung + Halle → Abfertigungshalle»
    luchthaventerminal, vertrekhal


Engels

Huidig
bestand
1
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «spoke + man → spokesman»
    woordvoerder


IJslands

Huidig
bestand
2
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «arbeid + bluse → arbeidsbluse»
    werkblouse


Noors

Huidig
bestand
399
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «arbeid + bluse → arbeidsbluse»
    werkblouse


Nynorsk

Huidig
bestand
231
Uitspraak

Invoegsel

-s-

  1. -s-
    «oppdrag + givar → oppdragsgivar»
    opdrachtgever, opdrachtgeefster