vast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen vast vaster (vastst) *
verbogen vaste vastere (vastste) *
partitief vasts vasters -

Bijvoeglijk naamwoord

vast

  1. stevig
    De vaste verbinding moest met een zaag weer losgemaakt worden.
  2. permanent
    Er is een vaste oeververbinding, zodat auto's makkelijk op en neer kunnen rijden.
  3. (thermodynamica) kristallijn of amorf
    IJs is de vaste vorm van water.
Opmerkingen
  • Omdat "-stst" moeilijk is uit te spreken en te verstaan kan voor de overtreffende trap beter de omschrijving "meest vast(e)" worden gebruikt.[1][2]
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen

Bijwoord

vast

  1. niet los, stevig bevestigd
    Dat deel is er vast aan verbonden.
  2. niet los te krijgen, muurvast
    Die schroef zit vast en zullen we op een andere manier los moeten maken.
  3. hoogstwaarschijnlijk
    Die zit vast zonder geld.
Antoniemen
Uitdrukkingen en gezegden
  • Dat staat zo vast als een huis.
Dat is volkomen zeker.
  • vast en zeker
zeer waarschijnlijk
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vasten

vast

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vasten
  2. gebiedende wijs van vasten

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. Omschreven trappen van vergelijking (algemeen) op website: http://taaladvies.net; punt 3.; geraadpleegd 2017-05-21
  2. Haeseryn, W. e.a. "6·4·3·1·ii Omschrijving van de trappen van vergelijking met meer en meest" in: Algemene Nederlandse Spraakkunst (1997) op website E-ANS: ans.ruhosting.nl; punt 4.; geraadpleegd 2017-05-21