vaststaand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·staand

Werkwoord

vervoeging van
vaststaan

vaststaand

  1. onvoltooid deelwoord van vaststaan

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.