vasthouden

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Ze houdt de hond vast.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·hou·den
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vasthouden
hield vast
vastgehouden
klasse 7 volledig

Werkwoord

vasthouden

  1. overgankelijk beletten dat iets losgaat
    • Hij hield de hamer stevig vast. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen