vastdraaien

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

moersleutel voor het vastdraaien van moeren
Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·draai·en
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vastdraaien [1]

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vastdraaien
draaide vast
vastgedraaid
zwak -d volledig
  1. door een rondgaande beweging iets ergens aan bevestigen
    • Multitool €8,95 gadgethouse.nl. Deze handige multitool past gewoon in je portemonnee, want hij heeft de grootte van een bankpas. Hiermee kun je schroeven vastdraaien, brieven openen, flessen openen en nog eindeloos veel meer.[2] 
  2. niet meer verder kunnen gaan
    • Maar Dekker vindt het nog slechter om leerlingen op een school te laten die "zwak, zeer zwak is en over een paar maanden financieel gaat vastdraaien". Hij wees erop dat leraren al om zich heen kijken of ze ergens anders aan de slag kunnen.[3] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 01 dec. 2016
  3. de Telegraaf 23 sep. 2015