tijdelijk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tij·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tijd met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tijdelijk tijdelijker tijdelijkst
verbogen tijdelijke tijdelijkere tijdelijkste
partitief tijdelijks tijdelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

tijdelijk

  1. voor een beperkte tijd, niet permanent
    Gelieve ons te verontschuldigen voor de tijdelijke hinder.
Vertalingen

Bijwoord

tijdelijk

  1. voor een beperkte tijd, niet permanent
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.