tijdelijk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • tij·de·lijk
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van tijd met het achtervoegsel -lijk met het invoegsel -e-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen tijdelijk tijdelijker tijdelijkst
verbogen tijdelijke tijdelijkere tijdelijkste
partitief tijdelijks tijdelijkers -

Bijvoeglijk naamwoord

tijdelijk

  1. voor een beperkte tijd, niet permanent
    • Gelieve ons te verontschuldigen voor de tijdelijke hinder. 
     Wanneer passagiers zonder koffer huiswaarts keren, wordt die bagage zo snel mogelijk nagestuurd. "Maar er komen ook weer nieuwe bij", legt de woordvoerder uit. Er zijn altijd wel wat koffers die tijdelijk op de luchthaven achterblijven. "Maar nu zijn het er wel veel, meer dan ons lief is.[1]
Vertalingen

Bijwoord

tijdelijk

  1. voor een beperkte tijd, niet permanent
     Net als de mogelijkheid om tijdelijk afstand te nemen van de constante druk in Amsterdam en even helemaal te doen waar ik zelf zin in had.[2]
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 29 juni 2022 Weblink bron “Na de reizigers hopen nu de koffers zich op op Schiphol” (29 juni 2022), NU.nl
  2. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be