enorm

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van het Latijnse e(x) norma (buiten de norm).
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen enorm enormer enormst
verbogen enorme enormere enormste
partitief enorms enormers -

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. buitensporig groot
    Hij behaalde er een enorme overwinnig.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

enorm

  1. heel erg
    Ik schrok enorm van de harde klap.

Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.
  • Afgeleid van de samenstelling van norma met het voorvoegsel e-.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud enorm enormere enormest
o enkelvoud enormt
meervoud enorme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
enorme enormere enormeste

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm
    «Enorm prisforskjell hos tannlegene i Norge»
    Enorm prijsverschil tussen de tandartsen in Noorwegen
Typische woordcombinaties
  • enorme summer
enorme sommen
  • enorme ødeleggelser
enorme vernielingen
  • enorm skuffelse
enorme teleurstelling


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.
  • Afgeleid van de samenstelling van norma met het voorvoegsel e-.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud enorm enormere enormest
o enkelvoud enormt
meervoud enorme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
enorme enormere enormeste

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm
Typische woordcombinaties
  • enorme summar
enorme sommen
  • enorme mengder
enorme hoeveelheden
  • enorme skadar
ravages


Zweeds

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm