enorm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Frans of Latijn, in de betekenis van ‘bijzonder groot’ voor het eerst aangetroffen in 1477 [1]
  • Afgeleid van het Latijnse e(x) norma (buiten de norm).
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen enorm enormer enormst
verbogen enorme enormere enormste
partitief enorms enormers -

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. buitensporig groot
    • Hij behaalde er een enorme overwinnig. 
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Bijwoord

enorm

  1. heel erg
    • Ik schrok enorm van de harde klap. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.
  • Afgeleid van de samenstelling van norma met het voorvoegsel e-.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud enorm enormere enormest
o enkelvoud enormt
meervoud enorme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
enorme enormere enormeste

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm
    «Enorm prisforskjell hos tannlegene i Norge»
    Enorm prijsverschil tussen de tandartsen in Noorwegen
Typische woordcombinaties
  • enorme summer
enorme sommen
  • enorme ødeleggelser
enorme vernielingen
  • enorm skuffelse
enorme teleurstelling


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • enorm
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig uit het Latijn.
  • Afgeleid van de samenstelling van norma met het voorvoegsel e-.
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud enorm enormere enormest
o enkelvoud enormt
meervoud enorme
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
enorme enormere enormeste

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm
Typische woordcombinaties
  • enorme summar
enorme sommen
  • enorme mengder
enorme hoeveelheden
  • enorme skadar
ravages


Zweeds

Bijvoeglijk naamwoord

enorm

  1. enorm