formeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • for·meel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord formeel formelen
verkleinwoord formeeltje formeeltjes

Zelfstandig naamwoord

formeel o [2]

  1. houten vorm tot steun van metselwerken tijdens de bouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen formeel formeler formeelst
verbogen formele formelere formeelste
partitief formeels formelers -


Bijvoeglijk naamwoord

formeel [3]

  1. met inachtneming van strikte omgangsvormen
  2. de vorm betreffend, naar de vorm
Synoniemen
Antoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Verwante begrippen
Vertalingen

Bijwoord

formeel [4]

  1. in alle vorm
  2. voor de vorm; voorzover de vorm betreft
Vertalingen
Gangbaarheid
100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandse taal
  3. Woordenboek der Nederlandse taal
  4. Woordenboek der Nederlandse taal