vastberaden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vast·be·ra·den
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

vastberaden

  1. zeker van wat te doen
    • Hij gaf vastberaden de presentatie aan het bestuur. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen