Naar inhoud springen

vastbesloten

Uit WikiWoordenboek
  • vast·be·slo·ten
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen vastbeslotenvastbeslotenervastbeslotenst
verbogen vastbeslotenste
partitief vastbeslotensvastbesloteners-

vastbesloten

  1. zeker een doel voor ogen hebbend
    • De vastbesloten landen van de Arabische Liga lieten zich door het veto niet van de wijs brengen. 
     Niemand had ooit gezien wie die linten om de bomen bond - Adrián was blijkbaar een van hen geweest - maar dat er mensen bestonden die vastbesloten waren om die bomen ermee te tooien, wees op een onderstroom van opstandigheid, een verlangen om de boel op zijn kop te zetten.[1]
99 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[2]
  1. Jessie Burton vert. Marja Borg
    “De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff op Wikipedia, ISBN 9789024574704
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be