vastbesloten
Uiterlijk
- vast·be·slo·ten
- samenstelling van vast en besloten
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vastbesloten | vastbeslotener | vastbeslotenst |
| verbogen | vastbeslotenste | ||
| partitief | vastbeslotens | vastbesloteners | - |
vastbesloten
- zeker een doel voor ogen hebbend
- De vastbesloten landen van de Arabische Liga lieten zich door het veto niet van de wijs brengen.
- ▸ Niemand had ooit gezien wie die linten om de bomen bond - Adrián was blijkbaar een van hen geweest - maar dat er mensen bestonden die vastbesloten waren om die bomen ermee te tooien, wees op een onderstroom van opstandigheid, een verlangen om de boel op zijn kop te zetten.[1]
- Het woord vastbesloten staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "vastbesloten" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[2] |
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Bijvoeglijk naamwoord in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %