steevast

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • stee·vast
Woordherkomst en -opbouw
stellend
onverbogen steevast
verbogen steevaste
partitief steevasts

Bijvoeglijk naamwoord

steevast

  1. vast, onveranderbaar
    • Ze zitten vastgeroest in de steevaste overtuiging dat het ooit nog eens gaat gebeuren. 
    • Het was mijn steevaste voornemen om nooit meer te gaan roken. 

Bijwoord

steevast

  1. altijd, steeds maar weer
    • Hij komt steevast te laat. 
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
97 % van de Vlamingen.

Verwijzingen