periode

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord periode perioden
periodes
verkleinwoord periodetje periodetjes

Zelfstandig naamwoord

periode v

  1. bepaald tijdsbestek tussen twee tijdstippen
    • Na de ontdekking van de zeeweg naar Indië volgde er een periode van grote bloei voor Portugal. 
     In deze periode van het jaar zijn er altijd bosbranden in het Amazonegebied.De vuren zijn meestal aangestoken door boeren. Zij verbranden bossen om de grond leeg te maken. Die grond gebruiken ze dan voor akkerbouw en veeteelt. Er is zelfs een naam voor deze periode van het jaar. De Brazilianen noemen het quiemada. Dat betekent 'het branden'. Maar dit jaar is er een recordaantal bosbranden.Er zijn veel meer branden dan vorig jaar.[3]
  2. (medisch) menstruatie
    • Zij heeft bijzonder veel last van haar periode. 
  3. (wiskunde) interval waarin een functie zich herhaalt
    • De sinus en cosinus zijn functies met een periode van 2π. 
  4. (wiskunde) een groep cijfers die zich in een reeks blijft herhalen
    • We zoeken naar een uitkomst met perioden van meer dan vijf cijfers. 
  5. (natuurkunde) één volledige cyclus van zich herhalende verschijnselen als pulsreeksen, trillingen of golven
    • Het aantal malen dat een periode in een seconde wordt waargenomen, noemt men de frequentie van dat verschijnsel. 
  6. (scheikunde) een reeks elementen gerangschikt naar opklimmend aantal protonen tussen twee edelgassen
    • Zwavel en zuurstof zijn elementen die tot dezelfde groep maar een andere periode behoren. 
  7. (geologie) een tijdperk dat deel uitmaakt van een era en bestaat uit subperiodes en tijdvakken
    het krijt en het jura zijn periodes van het era mesozoïcum.
  8. (taalkunde) een tekstgedeelte met breed uitgewerkte volzinnen
    • Hij beschreef haar gedachten in een periode met veel holle retoriek. 
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Typische woordcombinaties
  • in een bepaalde periode
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen