stonden
Uiterlijk
- Geluid: stonden (hulp, bestand)
- IPA: / ˈstɔndə(n) / (2 lettergrepen)
- (Noord-Nederland): /ˈstɔn.den/
- (Vlaanderen, Brabant, Limburg): /ˈstɔn.den/
- ston·den
| vervoeging van |
|---|
| staan |
stonden
- meervoud verleden tijd van staan
- Wij stonden.
- Jullie stonden.
- Zij stonden.
- Wij stonden.
- ▸ Na een gigantische knal vlak boven ons hoofd stonden de stoere jonge gasten binnen tien seconden ook binnen.[1]
- ▸ Nog zo'n typerende zwart-wit-foto is een groepsportret van een stel muzikanten uit Assen. Samen stonden ze bekend als de Showboot, een soort revuegezelschap waarmee ze langs feestzalen gingen. Harry Muskee staat in het midden in zwart kostuum. Hij heeft een grote bas voor zich, de handen op de snaren. Hij kijkt broeierig, hij heeft de blues. Het was op de drempel van de sixties.[2]
de stonden mv
- Het woord stonden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Weblink bron “Window of my eyes: Harry Muskee en de verloren tijd” (zaterdag 16 januari 2016, 13:44), NOS