herhalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
herhalen
herhaalde
herhaald
zwak -d volledig

Werkwoord

herhalen

  1. nog eens, of meerdere keren, hetzelfde ondervinden, uitvoeren of laten weerkeren
    Ik kon u niet verstaan, wilt u dat herhalen?
    We hebben het refrein van het liedje nog menigmaal herhaald.
    Het eerder uitgezonden programma wordt morgen herhaald.
    Elke dag herhaalde zich hetzelfde ritueel.
Synoniemen
Verwante begrippen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
steeds maar blijven herhalen
dingen van vroeger komen terug


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl