periodeduur

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
FrequencyAnimation.gif

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • pe·ri·o·de·duur
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord periodeduur periodeduren
verkleinwoord periodeduurtje periodeduurtjes

Zelfstandig naamwoord

periodeduur v

  1. (natuurkunde), (elektronica) de lengte van één periode/cyclus uitgedrukt in een tijdseenheid
    • Een wisselstroom met een frequentie (symbool: f) van 100Hz heeft een periodeduur (symbool: T) van 0,01s. 
Synoniemen
Antoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid