Naar inhoud springen

periodiek

Uit WikiWoordenboek
  • pe·ri·o·diek
stellendvergrotendovertreffend
onverbogen periodiekperiodiekerperiodiekst
verbogen periodiekeperiodiekereperiodiekste
partitief periodieksperiodiekers-

periodiek

  1. periodisch, regelmatig terugkerend
enkelvoud meervoud
naamwoord periodiek periodieken
verkleinwoord periodiekje periodiekjes

de/het periodiek v of o

  1. een regelmatig verschijnend tijdschrift
    • Bij de kiosk verkoopt men allerlei periodieken. 
98 %van de Nederlanders;
99 %van de Vlamingen.[1]
  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be