interbellum

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • in·ter·bel·lum
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘periode tussen twee oorlogen’ voor het eerst aangetroffen in 1958 [1]
  • afgeleid van het Latijnse bellum (oorlog) met het voorvoegsel inter- [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord interbellum interbellums
verkleinwoord interbellumpje interbellumpjes

Zelfstandig naamwoord

interbellum o

  1. periode tussen twee oorlogen, vooral die tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog
Vertalingen

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen